5.9.20

Varen





In Friesland, op een bootje
op een meertje in de zomer

stilaan zigzaggend over het water
motor uit, verademende stilte

en dan: lichte jazz vanuit de kajuit

Chet Baker rustig blazend
heeft de avond goudomsierd

terwijl de pan zachtjes pruttelde
en het schip werd aangemeerd

5.6.20

Maaltijdsalade



Plastic bak met bladerige bestanddelen. Een soort emmer voer, waar ik mismoedig met mijn vork in prik. Hiervoor heb ik één voor één de in plastic verpakte ingrediënten op het bedje van sla gedrapeerd. Stroperig droop de vettige saus uit zijn zakje, met de goede bedoelingen nog wat schwung aan de sla te geven. De protagonist van het gerecht, in dit geval falafel, was slechts in klein aantal aanwezig. Plompverloren lagen de vier bruine balletjes op de onderliggende vegetatie. En als dan eenmaal alle inhoud van de pakjes en zakjes bij elkaar is gevoegd en roerloos naast en over elkaar heen liggen, begint het grote husselen. Er zullen ook mensen zijn die dit achterwege laten en terstond de bak met vork (of nog beter: spork) te lijf gaan. Die staat van achteloosheid heb ik nog bereikt. De initiële aanschaf van de bak heeft al voldoende schade gedaan aan mijn eigenwaarde.

Het was een onbeduidende avond dat mijn gedachten niet verder vorderden dan “boodschappen doen”. In de naïeve hoop in de supermarkt overvallen te worden door een eureka-moment, ging ik de deur uit, twee keer de hoek om, tot ik in de Albert Heijn stond. De bakken met Bonus verkochten niets dat enige kooklust in mij opwekte. Toen ik vervolgens voor de groenten stond, leek ergens in de verte een krekelgeluid te weerklinken en ook de vleesvervangers lonkten niet. Doelloos liep ik drie keer hetzelfde rondje, tot ik gedachteloos voor de kant-en-klaar vitrine tot stilstand kwam. De bakken sla stonden roerloos en weinig belovend in hun schap. Eén ervan had een kortingssticker met daarop “weggooien is zonde”. Daar was ik het dan wel weer mee eens. Ik keek nog eens schichtig om me heen, opende de koeling en griste de emmer van z’n plank. De avond was bezegeld. Ik weerstond nog net de verleiding dan ook maar een alcoholische consumptie erbij in mijn mandje te gooien, maar ik wilde de diepten van het dal niet verder verkennen. Niet veel later was ik thuis. Happend uit de bak denk ik aan alle gerechten die ik ook had kunnen maken. Morgen is weer een dag.

10.9.19

Ochtend


Door het dakraam klinken van beneden
de stadsgeluiden van straat

Aanzwellend, wegebbend –
tekenen van leven

Maar onder onze deken
is de tijd iets vertraagd

Nu nog even blijven liggen,
nog even, nog even

27.5.19

Woorden



Vaker denk ik aan schrijven dan dat ik daadwerkelijk schrijf. Vooral 's avonds komt dat voor. Ik hoef niks meer te doen, heb demonstratief mijn telefoon al uitgeschakeld en ben in theorie (en eigenlijk ook praktijk) klaar om naar bed te gaan. Dan plotseling zwelt er een drang naar schrijven aan. Gegrond is die meestal niet – het gaat vooral om het schrijven. Ik pak een schrift en pen en knip nogmaals het tafellampje aan. Maar waar de initiële 'schrijfzucht' nog zo veelbelovend leek, lijkt het bij de daaropvolgende uiting ervan te stokken. Het papier blijft angstvallig leeg, afgezien van de kleine 'bullets' die tegenwoordig zo hip zijn. Waar blijft mijn onderwerp? Een geestige anekdote? Een scherpe observatie, zomaar uit het dagelijks leven geplukt?

Krekelgetsjirp. Een windvlaag door een woestijnlandschap.

Misschien was het ook wel meer het idee van het schrijven dan het schrijven zelf. Mijn bed lonkt. De woorden komen niet en mijn geduld raakt op. Dan knip ik het lampje weer uit.

Morgen zal ik weer denken in woorden. En wie weet schrijf ik ze ook op.

Zoek

ik
 ik zoek
 ik verbeeld me dat ik zoek

waarnaar?
 naar wie?
 waarom zou ik?

ik wil niet zoeken
 houd ik mezelf voor
ik wil vinden
 onverwacht, zonder reden

maar toch
 als ik dan stiekem zoeken zou
dan vind ik, hoop ik
 dan vind ik jou

22.1.19

Straffeloos


Ik zal je vergeten en weer ontmoeten.
Ik zal je vergeten, ontmoeten en weer vergeten.
Ik zal je weer ontmoeten.

Ik zal je vergeten en weer vergeten en weer vergeten.
Ik zal wandelen in dozijnen parken,
lichtgroene, violette en roze parken, onopvallend
in de regen.

's Avonds zal ik je weer vergeten.

De treden zullen niet meer weten 
wie je bent.
Maar zij zullen kraken.
En de voordeur zal weer aarzelen. 

Uit: Toon Tellegen, Daar zijn woorden voor

16.10.18

Avondwandelen



Een donderdagavond in Utrecht. Na een boottochtje door de Oudegracht en de Singel, gevolgd door een paar drankjes, kwam ik nog vrij vroeg in de avond thuis. De Dom had nog geen tien geslagen. Vanwege een tentamen de dag erna had ik besloten om even een verstandige student te zijn en geen nachtelijke avonturen meer te ondernemen.

Desalniettemin voelde ik nog een zweem van rusteloosheid toen ik terug in mijn zolderkamertje was. Ik had het grootste deel van de dag stilgezeten – ofwel aan m'n bureautje, ofwel in de collegebanken, en vervolgens in een bootje (het was helaas geen waterfiets). Mijn lichaam snakte nog naar een beetje beweging.

Daar besloot ik aan toe te geven en trok mijn schoenen weer aan. De deur uit sloeg ik het eerste de beste zijstraatje in dat enigszins in de gewenste richting afboog. Mijn blik werd geleid door de in de donkere straat helder oplichtende raamkozijnen, waardoorheen hier en daar een glimp huiselijkheid viel te bespeuren. Een wandkast tot aan het plafond volgestouwd met boeken. Keukengerei hangend aan een rekje voor het raam, bij wijze van tentoonstelling. Twee oudere mensen, man en vrouw, aan een houten tafeltje, verlicht door het schijnsel van een kaars.

Een paar straten verderop gonsde het van de studenten, hier kwam de dag gemoedelijk op z'n eind. Met beide werelden voelde ik me op dat moment verwant – hoewel die eerste een gevoel van rust en niks-meer-hoeven overbracht, waarvan ik als student de waarde in een jaar beduidend meer ben gaan inzien.

Het vooruitzicht om niet veel later in mijn eigen kleine kamertje terug te komen en nog een kopje thee te drinken, voldeed dan ook aan mijn laatste criterium van die dag. Meer dan dat moet je soms niet willen.

Geel gloeiend schijnsel
op zacht verlichte straten
sluimerende stad

3.10.18

Missen


Hoe werkt missen ten tijde van continue communicatie? Is het iets raars, aangezien ik je theoretisch gezien elk moment van de dag zou kunnen bereiken? Het voelt onwennig, ongemakkelijk misschien ook wel. Onbewust tasten we deze nieuwe situatie nog af: hoe vaak en hoe uitgebreid spreken we elkaar? En welk medium doet daar het beste dienst voor? 

Je wilt alles weten, alles vertellen, maar tegelijkertijd ook ruimte geven — de enorme geografische afstand erkennen. En soms is dat even moeilijk. We zijn verwend met die grenzeloze communicatiemogelijkheden van tegenwoordig. Je reactiesnelheid op berichten is listig verworden tot karaktereigenschap — dát je reageert staat al vast.

Ook ik me daar nu en dan schuldig aan. Tijdens een (vaak kortstondige) radiostilte slaat na enige tijd onwillekeurig een licht gevoel van twijfel toe. Wat gaat er in je om? Zijn het slechts al die nieuwe indrukken die je volledig in beslag nemen? Moet ik wachten op een volgend bericht of zal ik dan toch maar sturen? Ik weet wel dat het merendeel van die twijfels volledig ongegrond zijn. Hadden we ook maar gewoon minder mogelijkheden. Eens in de paar dagen een telefoontje (bij voorkeur een met draad eraan), nu en dan een brief of kaart en dan ook niet meer dan dat. Wie zich daar tegenwoordig nog toe beperkt, lijkt al gauw een dwangmatige hang naar het verleden te hebben.

En toch is het ook romantisch. Een handgeschreven kaartje, fysiek naar de brievenbus gebracht en een aanzienlijke tijd later bezorgd, is in mijn ogen een blijk van genegenheid waar een enkel berichtje na lange na niet aan kan tippen.

Dat gezegd hebbende, herinner ik me plotseling de kaart die ik speciaal voor jou had gekocht. Ik neem me voor die morgen te gaan schrijven en op de post te doen. Maar vanavond stuur ik je eerst nog even een berichtje.

10.3.17

Trots

Foto: Daan (blog)


Ik wil het graag even hebben over trots. Trots zijn op Nederland. Op dit moment is daar namelijk iets raars mee aan de hand en het was maar kort geleden dat ik me daar plotseling bewust van werd. Het zit namelijk zo.

Je trots voelen op je land is een gevoel dat de afgelopen maanden door rechtse politici enkel voor zichzelf en hun kiezers lijkt te zijn geclaimd. Door op hun te stemmen zouden we Nederland weer groot maken, zullen we onze vaste waarden en tradities niet kwijtraken en wordt Nederland bovenal weer ‘van ons’. Maar van wie is Nederland nu dan? Blijkbaar niet van die rechtse politici en hun kiezers, maar van wie het dan wél is, blijft abstract. En wat nou als ik me geen onderdeel voel van het ‘wij’ en ‘van ons’ waar deze politici over praten? Betekent dat dat ik qua gevoel een mindere Nederlander ben dan mijn PVV-stemmende landgenoot?

Nou moet ik toegeven dat ik van mezelf al niet bijzonder veel bezig ben met mijn Nederlandse identiteit. Stads als ik ben, is mijn antwoord op de vraag “where are you from?” vaker “from Amsterdam” dan dat ik “Holland” in de mond neem. Voor hetzelfde geld zou ik mezelf als ‘Europeaan’ of ‘wereldburger’ kunnen omschrijven, want wat is een Nederlander die niet eens weet wat haar precies tot Nederlander maakt?

Hoewel er zoveel dingen heel goed zijn aan Nederland, is trots niet een gevoel dat ik de afgelopen jaren bij mezelf heb kunnen ontdekken. Op zich ben ik me daar tot voor kort ook niet erg bewust van geweest. Maar nu blijkt dat die Nederlandse identiteit in een debat vaak niet veel meer is dan het Wilhelmus, kerstbomen en boerenkool met worst, heeft het woord ‘trots’ naar mijn gevoel een beetje een nare bijsmaak gekregen.

Eigenlijk is dat best raar. Is dit echt de manier van spreken over wat nou zo goed is aan jouw land? Als de hierboven genoemde dingen hetgeen zijn waar je als Nederlander trots op bent, dan verklaart dat voor mij in ieder geval de afwezigheid van dat gevoel. Maar waar zou ík dan trots op moeten zijn?

Donderdagavond kwam onverwacht het antwoord daarop. Enthousiast dat ik ben over het feit dat ik voor het eerst mag stemmen, ging ik samen met een goede vriend naar De Meetup van GroenLinks. Hoewel het vrijwel overal op het nieuws te lezen valt, wil ik die gebeurtenis toch nog eventjes illustreren. De Heineken Music Hall (eigenlijk AFAS Live, maar dat klinkt vrij suf), tot aan de nok gevuld. Meer dan vijfduizend mensen. Allemaal met dezelfde idealen als jij. Muziek, rappers (jaja), mooie verhalen en bovenal een ontzettend inspirerende speech van Jesse Klaver. Klinkt best oké, toch?

Toen ik ‘s avonds laat terug fietste naar huis, voelde ik me plotseling voor het eerst ook een beetje trots op Nederland. Trots dat zo’n tegenbeweging net zo erg mogelijk is. Dat we die populisten hun gang niet hoeven laten te gaan — hun gang niet moeten laten gaan zelfs — maar dat we met duizenden mensen tegelijk kunnen laten zien dat we nu écht verandering willen. Dat we klaar zijn met dat eeuwige getreuzel op het gebied van klimaatbeleid, dat we een land willen waar iedereen trots op kan zijn en dat we vooral weer een Nederland willen zien dat niet vies is van verandering. Ik voelde me trots, omdat al deze wensen, deze idealen, door die avond zo veel bereikbaarder voelden dan ik had gedacht.

Ik hoop dat ik na 15 maart dat gevoel kan koesteren.

19.1.16

In de ban van Bowie

Eén week en één dag geleden stond de wereld op zijn kop. David Bowie, a star man, was plotseling overleden. Overal op het nieuws, op internet, op televisie geschokte fans, ontdaan vertellend over hoeveel Bowie in hun leven had betekenend. Ik stond er zelf versteld van hoeveel zijn overlijden me afgelopen week bezig heeft gehouden. Want als ik eerlijk ben, kon ik mezelf in de verste verte geen Bowie-fan noemen. Ik kende een paar van zijn nummers, wist dat hij veel meer was dan een mainstream popsterretje, maar veel verder dan dat reikte mijn kennis niet. Dat wil overigens niet zeggen dat ik zijn muziek slecht vond, of andere negatieve gedachtes over hem had. Nee, het zat gewoon niet in mijn systeem om me erg in zijn muziek te gaan verdiepen.

Dat was tot die vrijdag.

3.1.16

Gif it away in 2016

Een heel gelukkig nieuw jaar iedereen!


Voor de verandering besloot ik dit jaar niet alleen een papieren nieuwjaarskaart te maken, maar ook een (bijbehorende) digitale kaart. En omdat ik nog in de stemming was van animatie, werd het weer een gifje. 

Voornemens voor het nieuwe jaar maak ik eigenlijk niet. Wat ik wél leuk vind, is een bucketlist voor één jaar. Dat deed ik in 2014, maar afgelopen jaar schoot het er een beetje bij in. Wie weet dat ik me er in 2016 weer aan ga wagen. Doelen opstellen van leuke dingen die je dat jaar wil doen werkt alleen maar motiverend, of niet soms? Stay tuned.

8.11.15

Gif it away

Ik heb iets met herfst. Hoe cliché het ook mag klinken, elk jaar weer vergaap ik me aan al die felle kleuren, geniet ik intens van de geur van rottende bladeren en laat ik geen kans ontglippen om een trui aan te mogen doen. Maar het gaat verder dan alleen maar kijken en genieten. Bijna elk jaar komt er wel een punt dat al die gekleurde blaadjes op m'n verbeeldingskracht gaan werken. Zo ook dit jaar.

Ik was meerdere malen naar het KLIK! festival in Eye geweest en zat nog volledig in de animatie-vibes. Diezelfde week nog belandde er een reproductiestatief in huis (zo'n ding waar je je camera dus naar beneden kunt richten) en kon ik aan de slag. De Japanse kers in de tuin stond op dat moment in vuur en vlam en bij elke windvlaag regende het bladeren. Je raadt het al: een deel van die blaadjes kwam niet toe aan z'n rust en belandde onder het oog van mijn camera. Zo besteedde ik een groot deel van zaterdag aan foto's maken van blaadjes. Veel foto's. En na wat geklooi met Photoshop, kwamen er deze twee gifjes uit...





Twee jaar geleden had ik duidelijk ook al een herfstbladerenobsessie. Tijdens een animatieworkshop ("Film en Inkt") maakte ik onderstaand filmpje. Volgende herfst zal ik écht proberen iets anders te doen...

30.9.15

Art inspiration // Antlers


Geweien hebben iets mythisch.
Als ik in het wild een hert zie lopen, stokt mijn adem even in m'n keel en probeer ik zo min mogelijk te bewegen. Het is altijd maar in een flits. Plotseling zie je een bruin vachtje tussen de bomen door verschijnen en een paar tellen later is het weer verdwenen, geruisloos, op het knappen van een twijgje na. Niet voor niets dat ik Bambi een van de mooiste Disneyfilms vind. Overigens heb ik nog nooit in het wild een mannetjeshert met zo'n énorm gewei gezien. Dat staat op de bucketlist.






Dus begon ik in een vlaag van inspiratie geweien te tekenen. En nog een. En nog een. Het werkt lichtelijk verslavend, zulke symmetrische vormen en sierlijke lijnen tekenen. Met dank aan Google, liet ik me inspireren door gezellig ouderwetse tekeningen van verschillende soorten geweien, die zo uit een stoffig biologieboek hadden kunnen komen. Cervus eldi, cervus axis; zelfs de Latijnse namen klinken mooi.



Maar stel je nou eens voor dat je zelf horens uit je hoofd hebt groeien... Nee wacht, doe eigenlijk maar niet, dat is een beetje naar. Maar ik vind het toch echt een van de wonderen der natuur, dat er uit het hoofd van elk hert een perfect symmetrisch gewei kan voortkomen. Zonder daar zelf iets voor te hoeven doen. Natural beauty at its finest.


20.9.15

THE ARCS - Yours, Dreamily

Ik hou van september. Het is die onbepaalde maand waarin je het najaar al in de lucht voelt hangen, maar nog steeds mag zeggen dat het zomer is. Die maand dat je toch stiekem je dikke truien uit de kast tevoorschijn haalt en het volgende moment toch weer in je zomerjurk (weliswaar met panty) de deur uit stapt. Maar vooral die maand waarin ik bij Concerto de deur zal platlopen, door de plotseling vloed van nieuwe albums die nu één voor één uitkomen. Om te beginnen: The Arcs, met het album Yours, Dreamily. Nog nooit van gehoord? Geen paniek: ze bestaan pas sinds dit voorjaar. Maar onervaren zijn ze zeker niet...


27.6.15

Vliegdrama

Volgens mij hebben mijn ogen een bepaalde aantrekkingskracht op vliegjes ontwikkeld. Bijna dagelijks word ik al fietsend frontaal geraakt door zo'n vliegend gevaarte. Een inslag als een kogel. Levensgevaarlijk: er zal maar net een auto onoplettend voorbijrijden terwijl ik met hysterisch tranende ogen heen en weer zwenk.
"Hoe heeft dit ongeluk kunnen gebeuren?"
"De dokters hebben niks opmerkelijks kunnen vinden, behalve dat er een vliegje in haar linkeroog zat."
Ik zie het zo gebeuren. Misschien moet ik maar een speciale vliegjesafstotende-fietsbril ontwerpen. Een gat in de markt?
Wat mijn ogen tot zulke vliegjesmagneten maken, blijft een mysterie. Is het de kleur? Groen met hier en daar wat bruin; natuurtinten, misschien worden ze daar door aangetrokken. Of ben ik juist de boosdoener, die als een vrachtwagen de arme schaapjes zo uit de lucht schept? Als ik de volgende ochtend in de spiegel kijk en zo'n beest in mijn ooghoek aantref, verdwijnt hij in ieder geval regelrecht de afvoer in. Denk daar maar eens aan, de volgende keer als je iemand probeert te verleiden met de zin "ik verdrink in jouw ogen...". Een onbewuste doodsbode.

Dat krijg je ervan als je opeens geen huiswerk meer hoeft te doen en tijd teveel hebt...

23.6.15

Umbrae

Ik ben niet zo van de selfies. Het kost me meestal een stuk of 20 foto's voor er een "goede" bij zit en ik heb al veel te vaak gehad dat ik per ongeluk mijn voorcamera aanzette en vervolgens werd geconfronteerd met het gezicht van iemand die een week niet geslapen leek te hebben (+ onderkin). Daar gaat je zelfvertrouwen. Maar toen ik op een avond uit het raam van mijn kamer zat te kijken en even op mijn telefoon keek, zag ik een keer iets anders dan een onderkin. Door een combinatie van de felle avondzon met de lammelen voor het raam, vormde zich op m'n gezicht een patroon van licht en donker. Dit keer bewust, zette ik de voorcamera aan. En in het licht van de ondergaande zon, schoot ik dit kleine serietje. Zie het maar niet als "selfies". Zelfportretten, dat klinkt beter.





Foto's gemaakt met een iPhone 4.

18.6.15

35mm Hondjes


Na bijna twee jaar met dezelfde lens op mijn camera rond te hebben gelopen, besloot ik dat het maar eens tijd werd voor een nieuwe. Niet om mijn 18-105mm lens te vervangen, maar om even eens iets nieuws te proberen. Iets met meer scherptediepte, lichtsterker en wat kleiner en minder zwaar dan mijn zoomlens. Zo kwam ik uit bij de 35mm lens. Wat me ertoe zette om niet voor de plastic fantastic 50mm te gaan, was dat ik geen zin had om vijf stappen achteruit te moeten lopen voordat ik alles in beeld heb. De 35mm komt wat dat betreft het dichtst bij de hoek die je met je ogen ziet en is daarom ook perfect om mee te filmen.

Maar goed, even over de context van de foto's. Hier in de buurt heb ik een oppashondje, genaamd Dot. Toen ik zondagmiddag even aan al mijn leerwerk wilde ontsnappen, sms'te ik het baasje van Dot of ik haar even mocht komen uitlaten (Dot dus, niet het baasje). Dat hoefde niet meer, maar als ik vijf IJslandse honden bij elkaar wilde zien, dan mocht ik langskomen. Vijf honden. Víjf. Een half uurtje later belde ik aan. Het was een paar tellen stil, tot er plotseling achter de deur een kabaal losbrak alsof er een hele wolfsroedel op de deur af kwam stormen. Ik werd aangestaard door tien glanzende oogjes en op slag smolt ik tot er enkel een hoopje Robin over was.

Het was een mooi moment om mijn nieuwe lens eens goed uit te proberen. Ik heb uiteindelijk niet heel veel foto's gemaakt (want ja, ik moest ál die honden ook aaien natuurlijk), maar toch hierbij de resultaten.
#cutenessoverload



30.5.15

Sometimes I sit and think, and sometimes I just sit.

Als er een winkel is waarin ik urenlang kan rondsnuffelen, dan is het Concerto wel. Voor wie Concerto niet kent (ga je schamen): je kunt het je voorstellen als de Waterstones voor muziek. Een vijf panden grote CD / LP-walhalla met sinds kort ook nog eens een gezellig cafeetje erbij. Hallelujah. Aangezien ik steevast weiger muziek online te bestellen, grijp ik elke kans aan om op de fiets te springen naar de Utrechtsestraat. Maar zodra ik de winkel binnenstap, verlies ik algauw mijn oorspronkelijke doel uit ogen. Zo. Veel. Muziek. Dwalend tussen de bakken vol CD's en LP's en met een steeds groter wordende stapel albums in mijn handen is de wanhoop al snel nabij. "Welke moet ik kopen?!?!?"

De laatste keer dat ik er was viel mijn oog plotseling op een vrolijk hoesje tussen de nieuwe releases. Een simpel tekeningetje, in vergelijking tot de omliggende albums waar een heel team aan ontwerpers op heeft zitten broeden. Ik nam de CD in handen en grinnikte om de titel. Sometimes I sit and think, and sometimes I just sit; zoiets alledaags dat het haast niet leek thuis te horen in het tijdperk van dramatische lovesongs. Ik had nog nooit van Courtney Barnett gehoord, maar moest mezelf bedwingen om het album niet meteen te kopen omdat het er zo leuk uit zag. "Eerst maar eens opzoeken op Spotify, dan zien we wel verder..."

14.5.15

"Hallo sprookjesboom!"

Vandaag was ik een boom. Niet zomaar een boom, nee, een bomenknuffelboom.


Een paar uurtjes lang drentelde ik als boom rond op het Hemeltjelief! festival in Amsterdam-Noord. Waarom dan een boom? Nou kijk, we stonden dus met Greenpeace de Noordzee-campagne uit te dragen en - eh - tja - onderwaterboom? Afijn, we pasten wel mooi in het jungle-thema van het festival. Maar zoals u op de foto ziet, was ik niet echt bestemd als kandidaat voor de Miss Tree-verkiezingen. Beoordeel een boom nooit op zijn schors.

"Kan ik ook een boom worden?" vraagt u zich nu misschien af. Wel, dat is simpel. Ga op zoek naar een geschikt stukje grond. Dit kan in een bos zijn, maar wieweet is uw achtertuin wel uitermate geschikt. Een balkon is geen aanrader, tenzij u zich wilt beperken tot een bonsai boompje. Vervolgens plant u uw voeten in de aarde en schept daar nog wat potgrond overheen. Regelmatig wateren. Wacht een aantal jaren en voilà, u bent uw eigen opgekweekte boom.

Er zijn echter een paar serieuze overwegingen die u moet maken voor u besluit ergens te wortelen. Bent u bang voor kleine kinderen die gillend om u springen en geloven dat u een pratende sprookjesboom bent, waar u zich ook maar bevindt aangestaard te worden of mensen te knuffelen waar u normaalgesproken met een grote bocht omheen zou lopen? Dan raadt ik u aan een ander levensdoel te vinden. Maar als u niet terugdeinst voor het bovengenoemde, waar wacht u dan nog op? Wortel yourself.

Deze boom is een beetje een uitslover.